Scheepvaart en logistiek zijn nu goed voor meer dan 30% van de kosten van een vat, tegen minder dan 5% vóór de verstoring, zei Sultan Al Jaber. Dat is het deel van de toespraak dat verder gaat dan het koppencijfer: de vaten bestaan nog, maar het vervoer ervan is een veel groter deel van hun kosten geworden.
Al Jaber, topman van ADNOC, het nationale oliebedrijf van Abu Dhabi, sprak maandag bij de opening van de energieconferentie ADIPEC 2026 in Abu Dhabi. ‘Simpel gezegd heeft de wereld haar aanbodbuffers uitgehold’, zei hij volgens OilPrice.com.
Kerncijfers
- 1 miljard vaten verdwenen uit de wereldwijde olievoorraden sinds de verstoring van het verkeer door de Straat van Hormuz, zei Al Jaber maandag
- 600 Bcf het tekort in de lng-aanvoer waarmee sommige markten te maken hebben, zoals hij het omschreef
- 35 jaar de periode waarover de dieselvoorraden in sommige markten op hun laagste seizoensniveau staan
- 30% het aandeel van scheepvaart en logistiek in de kosten van een vat, tegen minder dan 5% eerder
Het tekort zit in de voorraden, niet in de bronnen
De cijfers die Al Jaber noemde, gaan over voorraden en niet over productie. Bijna 1 miljard vaten zijn uit opslag gehaald omdat de oorlog in Iran en de verstoorde stromen door de Straat van Hormuz leveringen trager en duurder hebben gemaakt, zei hij. Diesel is het scherpste punt: de voorraden in sommige markten staan op hun laagste seizoensniveau in 35 jaar, terwijl andere markten kampen met een tekort van 600 miljard kubieke voet in de lng-aanvoer.
In gewone woorden: voorraden zijn de buffer tussen wat er wordt geproduceerd en wat er wordt verbruikt. Als schepen vertraging oplopen of worden omgeleid, putten raffinaderijen en energiebedrijven uit opgeslagen vaten en opgeslagen gas om te blijven draaien, en wordt de buffer dunner. Een dunnere buffer is de reden dat handelaren in ruwe olie en aardgas na een verstoring in de scheepvaart de voorraadrapporten zo nauwlettend volgen.
World Oil meldde dezelfde boodschap vanaf het podium van ADIPEC: energiezekerheid wordt nu gemeten aan levering, niet alleen aan productie.
Waar de sector om vraagt
Al Jaber schetste vijf stappen die de sector kan nemen om toekomstige schokken op te vangen. Twee daarvan werkte hij uit. De eerste noemde hij toegankelijk aanbod: uitgebreide strategische opslag, grotere voorraden producten en flexibele raffinagecapaciteit dichter bij de consumentenmarkten. De tweede waren toegankelijke routes naar de markt. ‘Aanbod telt pas als het aankomt’, zei hij. ‘Infrastructuur moet worden gebouwd voordat ze nodig is en worden ondersteund door geavanceerde logistiek.’
Dat sluit aan bij oproepen die andere Golfproducenten vorige maand deden. Op het Energy Intelligence Forum 2026 begin oktober zei Saudi Aramco-topman Amin Nasser dat ‘elke aanval een wereldwijde prijs heeft: zwakkere energiezekerheid, grotere marktverstoring, levens en bestaansmiddelen op het spel’, en noemde hij olie- en gasinfrastructuur ‘een gezamenlijke noodzaak voor producenten en consumenten’. Op hetzelfde evenement zei Sheikh Nawaf Saud Al-Sabah, topman van Kuwait Petroleum Corporation, dat het bedrijf met Europese partners in gesprek was over het opslaan van meer geraffineerde producten dichter bij de consumenten in Europa.
De berichten die ik heb doorgenomen, geven de cijfers van Al Jaber weer zoals hij ze noemde. Geen ervan geeft een onafhankelijke voorraadtelling achter de 1 miljard vaten of de 600 Bcf, en geen ervan dateert het begin van de drawdown precies.
